Een nieuwe zomer

door / maandag, 03 april 2017 / Gepubliceerd in Columns

Een nieuwe zomer

 

Inclusie, eerlijk is eerlijk, ik kende het woord het niet. Ik dacht eerst dat de afsluitende ‘f’ van ‘inclusief’ was weggevallen. Dat bleek dus niet zo.

En ik moet zeggen dat ik negatieve associaties heb bij het woord inclusief en dat straalt op pijnlijke wijze af op het diversiteitsbegrip inclusie.

Het woord inclusief doet mij denken aan een all-invakantie, met onbeperkt wifi, garnalencocktails en pina colada. Je voelt aan alles, iets is niet in de haak. Diezelfde onderbuik rommelt ook bij het woord inclusie, ze wil allochtonen, beperkten en kansarmen insluiten. En daarom doet het woord insluiting logischerwijs denken aan opsluiting en verstikking.

Het moge duidelijk zijn; het vocabulaire van het diversiteitsdiscours is onfortuinlijk. Je zou denken dat we een andere taal nodig hebben. Nee, wij moeten veranderen. Om een nieuwe lente en een nieuw geluid te laten doorbreken voor inclusie en diversiteit dienen we eerlijk te zijn. Mijn stelling is dat oneerlijkheid ons constant de das omdoet.

Ik ben fervent voorstander de samenleving te bespreken binnen de muren van de Hogeschool van Amsterdam. Het eerstejaarsvak ‘Diversiteit’ bij Sociaal Juridische Dienstverlening, de opleiding waar ik werk, is meer dan zinnig. Maar, er is een brok maar. Dat we op school moeten leren hoe om te gaan met de multiculturele samenleving toont een tekort, gebrek en misschien zelfs een falen aan.

Het tekort, dit gebrek, dat falen komt door onszelf.

De discussies en het lesmateriaal op de hogeschool gaan ervan uit dat verscheidenheid een verrijking is voor ieders individuele leven.

Maar hoeveel diversiteit kent uw persoonlijke leven eigenlijk? De meesten van ons hebben bijvoorbeeld dezelfde huidskleur, opleidingsniveau, voorkeur, interesses, overtuiging, achtergrond, en vriendengroep als hun partner. U lijkt sprekend op die ander. Eigenlijk hebben we een relatie met onszelf.

Is dit een probleem? Absoluut niet. We groeien nu eenmaal op in een afgebakende omgeving en onze ouders voeden ons op naar hun evenbeeld, waarna het kind diezelfde lijn doortrekt. Slechts enkelen breken uit het fort dat ouders, grootouders, overgrootouders en al die anderen hebben gebouwd.

We leven in een multiculturele samenleving, zeker, dat is een feit, maar onze levens zijn dat niet. De multiculturele samenleving is een verzameling monoculturen naast elkaar – dit is waar we eerlijk over moeten zijn, naar de ander toe, en vooral tegenover jezelf, dan wordt het gesprek over diversiteit een begrijpelijk en een realistisch verhaal, en misschien breekt er dan niet een nieuwe lente aan, maar gaat het zomeren, een nieuwe zomer zonder all-inclusivevakantie.

 

Asis Aynan

Bovenstaande column werd uitgesproken op de Hogeschool van Amsterdam-conferentie (4 april 2017).

 

TOP