In de rechtbank

door / dinsdag, 15 augustus 2017 / Gepubliceerd in Columns

In de rechtbank

 

Mijn moeder en ik waren in de Amsterdamse rechtbank. Ik heb mij altijd afgevraagd waarom in veel rechtszalen een staatsieportret van de koning hangt. Ik begrijp de traditie dat rechters in naam van het staatshoofd rechtspreken, maar zo’n koningsportret steekt voor mijn gevoel de draak met de godin van gerechtigheid, Justitia, omdat de monarchie een achterhaald en ongegrond concept is.

Ik was in het rechtshuis omdat mijn broer tot advocaat werd beëdigd. Hij stond voor de rechter om het ambt te aanvaarden. Ik voelde broederlijke trots omdat hij iets groots had volbracht. Ook wist ik dat die bijzondere gebeurtenis kon plaatsvinden omdat wij in Nederland zijn.

Mijn familie in Marokko groeit niet op in een omgeving die je kansen biedt, maar waar je klappen krijgt. Mijn neven hebben universitaire studies gedaan, maar omdat zij geen deel uitmaken van bepaalde families is er voor hen geen carrière weggelegd en moeten zij zelfs smeergeld betalen om aan een betrekking te komen. Daarom was ik zo verbolgen toen ik vlak voor de verkiezingen in maart las dat sommige Marokkaanse Nederlanders dit land zouden verlaten als de PVV van Geert Wilders ging regeren. Die vlucht werd plan B genoemd – de naam deed mij aan een aflevering van het duo Bassie & Adriaan denken.

Het plan, waarvan ik wist dat het nooit uitgevoerd zou worden, maakte mij destijds kwaad, omdat er een dreigement in doorklonk: als Wilders aan de macht komt, dan gaan wij weg. En het zwakste wat iemand kan doen tijdens een conflict is weglopen, een trouweloze daad.

Hierdoor kreeg Wilders op bijzondere wijze gelijk. Hij laat namelijk geen kans onbenut om te tieren dat de niet-facultatieve dubbele paspoorten van Marokkaanse Nederlanders een dubbele loyaliteit inhouden.

Sommige mensen met een plan B dachten aan Marokko. Het was duidelijk dat zij de situatie daar niet volgden, want sinds oktober vorig jaar verkeert het land in politiek noodweer. De Marokkanen protesteren dagelijks tegen de ongelijkheid van vriendjespolitiek en familiebegunstiging. Toen de koning van Marokko, geflankeerd door zijn zoon en broer, onlangs de troonrede uitsprak, werd duidelijk dat er niets gaat veranderen, want zijn macht bestaat bij gratie van het bevoordelen van zijn naasten.

Mijn broer stak twee vingers en een duim in de lucht. Ik keek naar mijn moeder, die naast mij zat. In haar ogen trilden tranen van liefde. Het beste plan dat ze ooit heeft uitgevoerd is naar dit land vluchten. “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”, klonk het plechtig.

 

Asis Aynan (37) is schrijver en zijn laatste boek is Gebed zonder eind. Aynan doceert aan de Hogeschool van Amsterdam en is de bedenker van de Berberbibliotheek. Deze column verscheen op 19 augustus in dagblad Trouw.

TOP