Verzet binnen de literatuur

door / donderdag, 11 januari 2018 / Gepubliceerd in Columns

Verzet binnen de literatuur

 

Allereerst allemaal een gelukkig en gezond nieuwjaar, assegwas ‘d amimoun.

De organisatie Syphax vroeg mij om in deze Nieuwjaarslezing, waarvan ik hoop dat het een traditie wordt, de huidige opstand in de Rif vanuit de literatuur te bekijken. Een interessante vraag, omdat schrijvers vaak als het geweten van een samenleving worden gezien, maar in hoeverre klopt dit?

Ik stopte Syphax’ verzoek in een trechter, zodat ik overzichtelijk aan het werk kon. Uit die trechter kwam de vraag: In het werk van welke Marokkaanse schrijvers zijn aanwijzingen te vinden voor het huidige volksverzet in de Rif?

Ik nam eerst een kijkje bij de Nederlandstalige auteurs in België en Nederland, en er zijn weinig tot geen schrijvers die zich door middel van literatuur beklagen over de dictatuur in het geboorteland (van hun ouders). Wel zijn er genoeg Nederlandse en Vlaamse auteurs met een Marokkaanse achtergrond die zich boos maken om discriminatie in het eigen land en de zoveelste intifada in een ver land. Dat dan weer wel.

Dan naar de Marokkaanse auteurs. Ik behandel in deze lezing twee schrijvers en drie dichters. De eerste is Mohammed Mrabet. Hij kan niet lezen of schrijven, en maakte onder andere met Paul Bowles een klein, bijzonder oeuvre. Mrabet vertelde de verhalen en Bowles schreef ze op. In de Berberbibliotheek bezorgden wij het sprookje Liefde met een lok haar. Of de opstandige geest zich in het werk van Mohammed Mrabet bevindt, kan ik het best illustreren door een anekdote.

In het jaar 2007 ging ik op zoek bij de analfabete schrijver in Tanger, wiens familiewortels zich in Alhoceima bevinden. Ik kwam binnen en de eerste verrassing hing aan de muur; een foto met Mohamed V, Hassan II en Mohamed VI daarop. En Mrabet had zich tussen de koninklijke familie gefotoshopt. Hij zag dat ik naar de familie keek en Mrabet zei: “Mooi, he?” In plaats van antwoord te geven op zijn vraag, vroeg ik hem waarom zijn boeken niet in het Marokkaans verschijnen. “Dat mag niet van de censuur,” antwoordde hij. Ik wees naar het koninklijke trio. “Zij zijn de censuur,” zei ik.

We gingen zitten en de aanwezige filmploeg maakte zich gereed. Mohammed Mrabet wenste dat hij niet op beeld kwam, als hij zijn hasjpijp rookte.

Ik vroeg aan hem of hij homoseksueel was, omdat de personages in zijn boeken regelmatig homoseks hebben. Hij ontkende homo te zijn, ook ontkende hij ooit een verhaal verteld te hebben waarin mannen het met elkaar doen. “Paul Bowles,” zei Mrbaet. “Die Amerikaan heeft al die viezigheid in mijn vertellingen geschreven. Om meer boeken te verkopen.”

Is er een opstandige geest in de boeken van Mrabet? Nee. Er wordt voortdurend gedronken, geblowd, en gesekst, maar de schrijver Mohammed Mrabet neemt er de verantwoordelijkheid niet voor. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Mrabet het tegenovergestelde is van weerstand: stilstand. En stilstand is eveneens de staat waarin Marokko zich bevindt.

De volgende schrijver is Mohamed Choukri, de belangrijkste auteur van Marokko. Hij werd wereldberoemd door het oerboek Hongerjaren. In dat boek gaf hij de straat een literaire stem. Choukri veranderde daarmee de Noord-Afrikaanse en Arabische literatuur blijvend. Maar terug naar de vraag: Vinden we in het werk van Choukri strijd en verzet?

Choukri schreef openlijk over hoerenloperij, hoe een vader zijn zoon vermoordt, honger, incest, vernoemde zijn hond naar Juba, naar de Berberkoning van Noord-Afrika, en hij liet zich fotograferen voor een afbeelding van verzetsheld Abdelkarim Khattabi. Maar strijd en verzet in zijn werk? Nee. Het is een misverstand dat Choukri door middel van zijn literatuur de maatschappij wilde veranderen. Hij gruwelde juist van engagement. Hij was geen demonstrant, maar de schrijver gaf in zijn boeken een demonstratie van zijn leven.

Hoe komt het dan dat de goegemeente het werk van Choukri als maatschappijgevaar bezag? Heel eenvoudig. Choukri was bloedeerlijk in zijn verhalen en men zag in die eerlijkheid naast provocatie, een visie, maar Choukri was geen visionair.

Achter het eerlijke, provoverende verhaal gaat een techniek schuil, we zouden die Choukri-techniek hier kunnen uitproberen.

Als ik u zou zeggen dat in mijn rugtas zich een fles Champagne bevindt, dan zouden alleen die woorden al hier voor opwinding zorgen, want op deze avonden wordt alleen in de schaduw van het feest alcohol geschonken, buiten, misschien om ideologische redenen, én als ik hier op het podium die fles Champagne ontkurk, dan zou ik door menigeen een provocateur gevonden worden.

We kunnen wel zeggen dat de zeldzame eerlijkheid van Mohamed Choukri ook aanwezig is in de speeches en de toespraken van de protestleider Nasser Zafzafi, die al zeven maanden in een separeercel zit, omdat hij van separatisme wordt verdacht.

Naast de choukriaanse oprechtheid, verzette Nasser Zafzafi zich door taal tegen omgekochte imams, verloederde moraal, verdorven politici en de corrupte koning. Er zijn weinig dichters die net zo ver gaan in hun verzen. Ik vond er drie: de dichters Chacha, Ahmed Essadki en Abdelatif Laabi.

Daarmee vel ik geen oordeel over het werk van andere dichters, want zo is het gedicht ‘Brief aan mijzelf dat mij verliet’ van Mimoun Essahraoui prachtig. Zie hier: De bladeren van het leven doorzoekend vond ik een tobber.

Het werk van Ahmed Ziani is groots. Hoor maar: Zij aan zij – maar wij vinden elkaar niet.

De verzen van Walid Mimoun schreien tranen. Voel maar: Mijn dagen verstrijken/ Zij verstrijken als de wind/ Zij verstrijken in de migratie/In de wind.

De verhalen van Ali Amazigh zijn vermakelijk. Kijk maar: Ik zit in een bus met een defecte airco/ de zon staat hoog, het dak gesmolten/ Wat is er met de buschauffeur, is zijn suikerspiegel gestegen?

Maar deze gedichten trappen ons niet tegen de schenen om ons te laten hinken, zodat we in beweging, in verzet komen. Wel de dichters Chacha, Essadki en Laabi.

Abdellatif Laabi zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw acht en een half jaar in de gevangenis vanwege zijn werk. Het regime van Hassan II vond zijn kunsten revolutionair. Laabi woont als balling nabij Parijs en in het gedicht Onder de muilband het gedicht dat hij gedurende zijn gevangenschap schreef, lezen we dat de dichter zich ook in de cel niet laat muilkorven en weigert een volgzaam beest te zijn. Laabi schrijft:

Hoop

is een ernstige zaak

als ze redelijk is

Ze is natuurlijk geen leger

geen toverstokje

maar wel een betrouwbare gids

een uitstekende wichelroedeloopster

geloof me

er is reden tot hoop

En Laabi noemde vorige maand de huidige politieke situatie in de Rif een herhaling van de geschiedenis. Hij verwijst daarmee naar de Jaren van lood, met Hassan II als chemisch element.

 

De volgende dichter is Ahmed Essadki. In zijn bundel Strijdkreet van de aarde staat een gedicht over een jongen die een schep pakte en ging graven, niet om te begraven, maar zichzelf op te graven. Hij delft op verschillende plekken: in boeken, bij zijn vrienden en geleerden, maar hij stuit iedere keer op het grote niets. Totdat de jongen in het geheugen van zijn grootouders graaft, dan delft hij geschiedenis. Aan het eind van het dicht stuurt zijn oma hem op reis:

Verander de tijd, voordat de wolven jullie verslinden

ruk de oleander uit en steek de distels in brand

plant bloemen en maak de granaatboom onkruidvrij

wet de sikkels voordat ze verroesten

hoelang nog willen jullie doorgaan met vallen en opstaan,

met nemen van verantwoordelijkheid

en het ontlopen ervan?

 

Bij de dichter Chacha is geen sprake van een zoektocht naar het veranderingsvuur. Hij is de vlam. In zijn gedichten ontvouwt hij keer op keer waarheden, die hij gedurende zijn verblijf op aarde heeft ontdekt. In zijn verzen vraagt hij aan God de schepper of het opperwezen naast de galgedood wel iets heeft geleerd? Legt hij aan de Tijd uit ‘Wat geweest is, is niet dood’. En in een van Chacha’s laatste gedichten met de titel Wanneer lezen we dat hij zich tot het laatste moment verzette tegen elke vorm van oneerlijkheid en die probeerde te veranderen. In het gedicht Wanneer laat hij de grote thema’s zoals God en Tijd los en vraagt zich af wanneer hij een wijntje kan drinken en varkensvlees eten, een vrouw kussen en vrij spreken zonder geklaag. Hij schrijft wanneer die eenvoudige zaken mogelijk zijn, de geest niet langer vijands bezit is. En voor mij als lezer is deze boodschap van Chacha het hart, de kern van het huidige verzet in de Rif, namelijk: wees niet langer andermans bezit.

 

Asis Aynan

 

Bovenstaande verhaal werd op 13 januari 2018 bij de Nieuwjaarsviering van vereniging Syphax voorgedragen.

Laabi

Chacha

Essadki

TOP