Fier
Opgewekt. Zo liep ik het schoolgebouw in. Het was mijn vierde week als programmamanager Centre of Expertise, dat is eenvoudig gezegd een netwerkorganisatie die vanuit de hogeschool meehelpt maatschappelijke problemen op te lossen.
Op mijn telefoon las ik een bericht van de oud-opleidingsmanager, dat ik nog twee klassen moest nakijken. Ik belde direct op en zei dat ik ruim voor de kerstvakantie had afgesproken met mijn teamleider dat ik alles zou afronden, behalve die twee klassen. Want het tentamen zou pas na te kijken zijn als ik al een maand in mijn nieuwe functie zou zitten en dat was qua tijd onhaalbaar.
De manager zei dat hij niets van die afspraak wist. Ik vertelde nogmaals dat ik met de teamleider afspraken had gemaakt die geaccordeerd waren vanuit het managementteam. De manager herhaalde dat hij niets van de afspraak wist. “Ik heb de afspraken op papier en mail je ze,” zei ik nu kortaf. “Dat boeit mij niet!” zei hij.
Ik dacht aan mijn vader. Zo ver weg, hoog in de hemel, en toch zo dichtbij, in mijn hart. Hoe vaak had ik hem niet knarsetandend op de bank zien zitten. Hij had door zijn ongeletterdheid altijd het onrecht aan zijn zijde. Het gestapelde onrecht betekende zijn dood. De bazen wisten dat de mijnen dodelijk waren. Maar het boeide hen niet.
Voor vader met pensioen ging, had het fijnstof hem opgevroten en keerde hij terug tot stof.
Met het recht aan mijn zijde zei ik tegen de manager dat zo een toon niet nodig was en dat beschaving de trapleuning was. Er werd zwaarder geschut ingezet: ik liet mijn collega’s in de steek. Vreemd, want ik werkte die maand bijna zestig uur over om zaken af te ronden voor mijn oude opleiding. Ik liet dus niemand in de steek. Mijn mondhoeken krulden zowaar tot lach toen hij zei dat hij mij nooit de eerste van de eerste had laten gaan als hij van de afspraak wist. Niemand is iemands bezit, fluisterde mijn vader.
Wel realiseerde ik op mijn weg naar mijn huidige plek waarom ik daar niet meer werkte. De managementstijl waar met emotie de feiten wordt bestreden, was voor mij niet meer op te brengen.
In de immense schoolhal keek ik naar een glas-in-lood aan de muur van Floor Wibaut. Niet eerder zag ik hoeveel de oud-wethouder op mijn vader leek. Wibaut liet begin vorige eeuw krotten slopen om vervolgens complete woonwijken uit de grond te stampen. Waarom gaf hij daar opdracht toe? Omdat beleid hem dat beval of prestige? Nee, natuurlijk niet. Hij zag – de noden van – de mens.
Ik ben geen leraar meer, maar manager en ik wist na het telefoongesprek wat mijn taak was. Altijd eerst oog voor de persoon, nooit enkel voor de opdracht.
Ik legde mijn hand op het hart, gaf Wibaut een knikje en liep verder. Fier; de overtreffende trap van opgewekt.
Asis Aynan
Deze column werd in maart 2025 in Het Onderwijsblad gepubliceerd. Ik publiceer deze nu pas op mijn website om dat er nu geen redenen meer zijn dat ik er gedonder mee krijg.